Boekrecensie door Wiebe Hoekstra, historicus en publicist
Oud-politicus en publicst Bearn Bilker beschrijft in Een tussenweg is er niet, biografie dominee J.J. Zelle (1907-1983) het leven van deze excentrieke gereformeerde predikant. Bilker schrijft boeiend en de tekst wordt gelardeerd met veel anekdotes.
Al vanaf zijn jeugd maakten de donderpreken van Zelle diepe indruk op Bilker. Ook als volwassene heeft hij menig preek van deze ‘imponerende man’ bijgewoond. De sympathie voor deze dominee proef je door het hele boek heen. Het lijkt Bilker te weerhouden van kritische vragen, terwijl op zet horkerige gedrag en egocentrische karakter van Zelle heel wat valt af te dingen.

Enige kennis bij de lezer over de Afscheiding van 1832, de Doleantie van 1886 en de gereformeerde cultuur zijn een pré. De sober afgedrukte foto’s uit het privé-album van Zelle geven een mooie inkijk in het leven van de dominee.
Al in 1947 zorgde de kandidaat Zelle op een ARP-bijeenkomst voor een rel in een opzwepende toespraak met als titel Wat doen we met Soekarno als hij komt. In tegenstelling tot Anton Mussert is Soekarno in zijn ogen de kogel nog niet waard. ‘Die verraadt niet alleen Indië, maar ook ons vorstenhuis en onze jongens popelen naar het ogenblik wanneer het commando Ruk aan en nu vooruit klinkt.’ In een hoofdredactioneel van de Leeuwarder Courant wordt de ARP verweten een spreker aan het woord te laten, die zulke onzin uitspreekt en methoden hanteert die op demagogie lijkt.
Er komen verschillende klachten binnen over kandidaat Zelle en in 1947 wordt er een commissie van onderzoek ingesteld. Zijn gedrag wordt als onwaardig en leugenachtig beoordeeld. Hij wordt ongeschikt voor het ambt bevonden. Intellectueel gezien is hij gemakzuchtig. Met zijn simpele zwart/wit denken, duidelijke stellingnames en donderpreken spreekt hij een grote groep aan. Uiteindelijk laat de classis hun ‘broeder’ niet vallen en in 1949 wordt hij toegelaten tot het ambt en bevestigd als predikant in Rockanje (ZH). Het wordt een fiasco.

Schrijver Maarten ’t Hart, die zich ontworsteld heeft aan het gereformeerde geloof, voert de excentrieke dominee Zelle met korte broek en racefiets op als één van de twee hoofdpersonen in zijn deels autobiografische verhalenbundel Het vrome volk. Zijn typeringen zijn treffend: dominee zong boven de gemeente uit, deed aan sport, had een imponerende gestalte en hij kon zodanig preken dat je dat je hele leven niet meer vergat. Daar voegde ’t Hart in zijn boek boek nog twee eigenschappen aan toe: drank en bezoek aan prostituees. Onjuist maar er kleeft aan Zelle een vermoeden dat er aan hem een geheime kant zit.
Zo heeft Zelle naar eigen zeggen nooit een cent te makken, terwijl hij met zijn preken en spreekbeurten veel geld bijverdient. Regelmatig is dagenlang niet bekend waar hij is. Een vraag die door Bilker niet gesteld wordt: houdt hij er heimelijk een dubbelleven op na? Hij beschrijft veel feiten en laat het oordeel aan de lezer.
Een tweede vraag die gesteld zou kunnen worden: werd het leven oprecht vanuit zijn geloof geleefd? Of preekte hij puur voor het geld? Waarom schonk hij niet een deel van het geld aan goede doelen? Bilker beschrijft hoe een bevriend echtpaar hem bevroeg, waarom hij soms vijf keer op een zondag preekte. Zelle antwoordde op indringende wijze: ‘Het is allemaal sensatie voor de mensen, ha, ha, ha.’ De biograaf gaat niet verder in op het voorval. De aandacht van het publiek streelden zijn ego, was het preken een ‘act’?

Sodom en Gomorra
In hoofdstuk 34 wordt een preek geanalyseerd over één van Zelle’s favoriete thema’s: Sodom en Gomorra. De goddeloze stad Sodom waar zedeloosheid heerste en Lot in een rijke villa woonde. Retorisch: ‘als Lot voor honderd procent gereformeerd geweest was en Anti-Revolutionair, dan had hij het niet zover gebracht.’ Bij deze preek krijg je als lezer de indruk dat deze autobiografisch elementen bevat met zijn eigen worstelingen in dit leven. Een dergelijke analyse wordt door Bilker niet gemaakt. Wel citeert hij Freark Smink die in 2008 voor Tryater in het toneelstuk Zelle voortreffelijk de rol van Johannes Hendrikus Zelle vertolkte. Smink heeft hij zich grondig in zijn persoon verdiept en suggereert dat de dominee misschien wel homoseksueel was. Hij illustreerde dat met het feit dat hij vanaf de kansel fel ageerde tegen homoseksualiteit en ook zijn Spartaanse zelfkastijding zou in dat beeld passen en hij stond als macho graag met jonge vrouwen op de foto om de aandacht af te leiden.
Bij overlijden liet hij een bedrag van f. 1,2 miljoen na. Wat was de reden? Er zijn geen dagboekaantekeningen en notities nagelaten. Ook Bilker kan er geen antwoord op geven.