Bij toeval stuitte ik op een bijzondere website, namelijk koloniaalerfgoedtevoet.nl. Hoewel, bijzonder? De website doet precies wat het belooft en beschrijft 41 wandelingen langs koloniaal erfgoed. Zoals de website zelf zegt: “Op deze site gaat het om dit onbekende koloniaal erfgoed dat je te voet tegenkomt in kleinere steden en het natuurrijke buitengebied daaromheen: buitenplaatsen, herenhuizen, voormalige kazernes, standbeelden en grafmonumenten.”

Voor de provincie Fryslân zijn er drie wandelingen opgenomen. Zo is er een wandeling van 18 kilometer in en rond Wieuwerd en een wandeling van 14 kilometer bij Beetsterzwaag. En ja, er is ook een wandeling in en rond Koudum, al is dat wel een wat magere wandeltocht. Om te beginnen is het een van de kortste wandelingen die beschreven zijn, en dan hebben zeven van de negen kilometers ook nog eens niets met enig koloniaal erfgoed te maken. Die ‘overbodige’ kilometers zijn overigens prima om te wandelen, over het Poelspaad, het fietspad langs de Morra en het Jan Broerskanaal.
Maar ook op de kilometers waar wel iets van koloniaal erfgoed te bespeuren is, kom je langs geen van bovengenoemde koloniale erfgoederen. Dus in Koudum geen buitenplaats, geen herenhuis, voormalige kazerne, standbeeld of grafmonument. In Koudum gaat het bijvoorbeeld om een straatnaambordje van een ‘vergeten zeeheld’ die in de West is omgekomen en om een op een verkeerde plaats herbouwde commandeurswoning. Of om een kerk waar iemand gedoopt is die wel eens een propagandareisje voor de NSB in Nederlands-Indië gemaakt heeft. Spectaculair is dat Koudumer koloniaal erfgoed bepaald niet.

Wat de koloniaal-erfgoedwandeling bij Koudum wel interessant maakt, zijn de verhalen bij de namen die met de koloniale geschiedenis te maken hebben. Over de ‘verzwegen zeeheld’ Jacob Benckes (vaak Binckes genoemd) schreef ik al eerder. Over de Koudumer schipper en scheepskapitein Murk Lelsz, naar wie in Koudum het Murk Lelszpad genoemd is, komt ongetwijfeld ook nog wel eens een ‘overpeinzing’. Maar dan wil ik eerst tijd gehad hebben om diens scheepsbrieven te lezen. En over die in Koudum geboren NSB’er die ook weleens in Nederlands-Indië geweest is, komt hier zeker binnenkort een ‘overpeinzing’.

De in Koudum geboren Willem Pilgrom Dirk de Wolff van Westerrode (1857-1904) heeft nog het meest met de koloniale geschiedenis te maken gehad. Willem was de zoon van dokter Reinier Christoffel Willem de Wolff Van Westerrode, die oorspronkelijk uit Duitsland kwam en in 1849 huisarts in Koudum werd. Daar trouwde hij in 1856 met Maria Rosina Meinsma. Het echtpaar kreeg op 13 juli 1857 in Koudum een zoon: Willem Pilgrom Dirk.
Willem de Wolf van Westerrode heeft zijn vader niet gekend, want die overleed in november 1857. In diens overlijdensregister staat: “als Medicinae Doctor gewoond hebbende te Koudum”. In april 1858 verhuisden moeder Maria Rosina Meinsma en zoon Willem naar Hoogeveen en in 1860 naar Meppel. In 1862 hertrouwde Willems moeder met Jan Paul Sixti Jonquière, rijksontvanger van beroep. Die werd als ambtenaar verschillende malen overgeplaatst, onder andere naar Deventer, waar Willem in 1875 eindexamen HBS deed.

Daarna volgde Willem de Wolff van Westerrode in Delft de opleiding voor ambtenaar bij het Binnenlands Bestuur in Nederlands-Indië. Hij werd in 1878 uitgezonden naar Nederlands-Indië en trouwde in maart 1882 in Tjilatjap met Thérèse Adolphine Henriette du Perron, een tante van de schrijver E. du Perron. Het echtpaar kreeg twee kinderen, in december 1882 een zoon Samuel Arnold Reinier en in 1884 een dochter Maria Henriette.

De Wolff van Westerrode had een slechte gezondheid. Zo ging hij in 1889 voor enkele jaren op ziekteverlof naar Nederland. Tijdens zijn ziekteverlof schreef hij voor het geïllustreerde tijdschrift De Huisvriend in 1891een reisartikel over Zwitserland: ‘De voormalige republiek Gersau aan het Vierwaldstaetter-meer’. Ondanks die slechte gezondheid maakte De Wolff van Westerrode carrière in Nederlands-Indië.

Na begonnen te zijn als aspirant-controleur werd hij in 1883 bevorderd tot controleur 2e klasse in de residentie Kedoe (Midden-Java). Hier kreeg hij voor het eerst direct te maken met de diepe armoede en de schuldenproblematiek van de Javaanse boerenstand. Tijdens zijn werk als controleur in de regio’s Kedoe en later Cheribon raakte hij gefrustreerd door het falende koloniale beleid ten aanzien van de economische zelfstandigheid van de bevolking.
Hij zag hoe het pachtstelsel (waarbij particulieren, vaak Chinezen, het recht kochten om pandjeshuizen te exploiteren) leidde tot uitbuiting. Hij verdiepte zich in Europese coöperatieve modellen, zoals de Oostenrijkse Raiffeisenbanken, en zocht naar manieren om dit te vertalen naar de Javaanse context. De in Koudum geboren Willem de Wolff van Westerrode wordt wel de pionier of de vader van het volkskredietwezen in Nederlands-Indië genoemd.

In 1897 bemoeide hij zich met het op poten zetten van de eerste hulp- en spaarbank om boeren toegang te geven tot eerlijk krediet. Zijn succes leidde tot een benoeming als inspecteur van de Pandhuisdienst. Hij verving de corrupte particuliere pachten door een efficiënt staatsmonopolie. Als hervormer legde hij de basis voor de huidige Bank Rakyat Indonesia (BRI).

Zijn carrière eindigde vroegtijdig door zijn overlijden in Batavia in 1904. Het familiegraf in Indonesië (Batavia, Weltevreden) is bewaard gebleven.
© Jelle van der Meulen