Door Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) op Liwwadders.nl
De voorgenomen maatregelen van het nieuwe kabinet zetten extra druk op productiekosten en zullen leiden tot duurdere boodschappen. De analyse van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau (CPB) benadrukt dat lastenverzwaringen, zoals nieuwe heffingen en uitvoeringskosten, zullen doorwerken in de prijzen van boodschappen. Naast een suikertaks wordt ook een extra verpakkingsheffing overwogen, terwijl de kosten voor energie en water verder oplopen. FNLI vraagt daarom om een zorgvuldige toets van de maatregelen op effectiviteit, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid – met oog voor een gelijk speelveld voor bedrijven en het beschermen van de betaalbaarheid voor consumenten.
In het coalitieakkoord wordt onder andere de invoering van een suikertaks op voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6 procent voorgesteld. Dat betekent een lastenverzwaring van 850 miljoen euro voor bedrijven. Inclusief een btw-doorwerking en de uitvoeringskosten (50 miljoen euro) komt deze lastenverzwaring rond de 1 miljard euro uit, rekende RaboResearch vorige week uit. Als de suikertaks wordt ingevoerd naast de bestaande verbruiksbelasting voor niet-alcoholische dranken (die producenten nu al circa 700 miljoen euro per jaar kost), zullen lasten zich opstapelen tot minstens 1,5 miljard euro. De concurrentiepositie van Nederlandse producenten wordt hierdoor onnodig onder druk gezet, zonder dat dit aantoonbare extra gezondheidswinst oplevert.
Suikertaks moet geen budgettair doel hebben, maar daadwerkelijk gezondheidsdoel
Een suikertaks vergroot de prijsdruk op boodschappen en zet de koopkracht van huishoudens verder onder druk; deze prijsmaatregel is daarom alleen verdedigbaar als de gezondheidswinst aantoonbaar opweegt tegen de kosten voor consumenten en bedrijven. Dat betekent duidelijke doelstellingen en monitoring van gezondheidsimpact, een gerichte inzet van opbrengsten in preventie en leefstijl-interventies en inbedding in een integrale aanpak van overgewicht, waarin maatregelen elkaar versterken. Een generieke suikertaks is naar verwachting onvoldoende doelmatig. Slimme prikkels die productverbetering en innovatie stimuleren, dragen meer bij en beperken onnodige prijsstijgingen. Als de suikertaks werkt zoals beoogd, dan zal de opbrengst ervan in de loop der jaren afnemen en kan niet op een stabiele opbrengst worden gerekend.
Ook een verpakkingsheffing maakt boodschappen duurder
Het nieuwe kabinet moet ook besluiten over de zogeheten circulaire plasticheffing. Eén van de opties is een extra heffing op verpakkingen. Hoewel het tarief nog onbekend is, laten verkenningen zien dat dit kan neerkomen op circa 4–5 eurocent extra per consumentenverpakking. Een dergelijke heffing is ondoelmatig – verpakkingen worden immers al belast in het kader van de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid – verhoogt de prijzen voor consumenten en belemmert het gelijke speelveld voor producenten en supermarkten, met extra druk in de grensregio’s.
Opeenstapeling van lastenverzwaringen – bewaak betaalbaarheid én effectiviteit
De voorgenomen maatregelen komen bovenop bestaande heffingen en lastenverzwaringen. Zo zal de afschaffing van het heffingsplafond voor de Belasting op Leidingwater per 2027 voedingsmiddelenproducenten stevig raken. En hoewel de belastingen voor elektriciteit dalen, zullen die voor gas stijgen terwijl veel fabrikanten door netcongestie niet van gas naar elektriciteit kunnen overschakelen. Daarnaast werkt de verhoging van de nettarieven door in de kostenbasis zodat de concurrentiepositie van voedingsmiddelenproducenten ten opzichte van buurlanden verzwakt.
Directeur van FNLI Cees-Jan Adema: “Wij willen samen met het nieuwe kabinet stappen zetten die werken in de praktijk: maatregelen met onderbouwde effectiviteit en goede uitvoerbaarheid en die tegelijkertijd de betaalbaarheid van boodschappen en het concurrerend vermogen van de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie bewaken. Dat vraagt om consistent, voorspelbaar beleid zonder stapeling van nationale koppen en met oog voor een gelijk Europees speelveld. Voor voorstellen zoals een suikertaks geldt voor ons een duidelijke randvoorwaarde: gezondheid als doel, niet de begroting – en geen onderscheid tussen verpakte en niet-verpakte producten. Dat schaadt het gelijke speelveld en mist bewezen effectiviteit. Wij staan klaar om constructief mee te denken, zodat verduurzaming, innovatie en een sterke industrie hand in hand gaan met betaalbare keuze voor consumenten.”