Uitgehuild en lusteloos uitgeput
nog net ‘t bed bereikt
bij vorige zonsondergang.
Verward gehold door ‘t labyrint
van duizend herhalingen
van wat ooit liefde was.
Kop gestoten aan vertrouwen,
op nieuwe toekomst
die voor hen lag.
Zelfkern weggegeven
aan laatste liefde;
zij schettert: ’t is uit,
snerpend van oor tot oor.
Sterkedrank gierde brandend
te gulzig door keelhals.
Nachtgrauw nieuwe dag aangapend.
© Elsijn Eelsingh