Om de zoveel dagen moet ik van echtgenote Hildegonda aanhoren dat ze enorm trots is op haar houten boot “VREDE”. Ze erfde het vaartuig van de stoere alleenstaande tante Hiltsje-Gondalienda, die twee jaar geleden stierf en waar mijn vrouw naar vernoemd is. Ook plaagt Hildegonda mij met de uitspraak: ‘Mijn boot “VREDE” komt ingepakt de winter door.’

Door twee buurmannen, onze oudste zoon en ondergetekende werd “VREDE” enorm opgeknapt. Tijdens de werkzaamheden verzorgde Hildegonda ons met broodjes kaas, fruit en kruidenthee. Ook keek ze nauwlettend toe of het schuren en het lakken van “VREDE” netjes gebeurde.

Tante Hiltsje-Gondalienda was me er ééntje, nergens bang voor en gemakkelijk sturend voer ze zeilend bijna iedere haven in en uit. Uit principe gebruikte ze nauwelijks de motor. Ik erger me stierlijk aan al dat jonge zeilvolk in die tupperware bootjes. Die kunnen niet varen, zei ze geregeld. Tante was verkocht aan “VREDE” en sliep geregeld tijdens gure herfstnachten en koude winternachten op de boot. Dat geeft een heerlijk levensgevoel, zei ze. En bovendien slaapt het veel lekkerder dan in mijn saaie burgerwoning.

Vorige week hadden Hildegonda en ik een flinke woordenwisseling en verliet ze verontwaardigd onze woning. Enkele dagen later keerde ze kuchend en klagend terug. De nachten doorbrengen op “VREDE” is uitsluitend weggelegd voor oermensen, zoals tante, vertelde mijn vrouw.
Medio maart wordt “VREDE” weer te water gelaten onder het motto VAREN IS FIJN.
Wiebe Dooper