De stofwolken zijn langzaam opgetrokken, nadat zeven Tweede Kamerleden de PVV-fractie verlieten. Cees Riezebos, PVV-fractievoorzitter in Súdwest, blikt hierop terug.
Allereerst wijst Riezebos erop dat het nog nooit eerder is vertoond dat zeven volksvertegenwoordigers een partij verlieten. En het is jammer dat de PVV hiermee voor de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 18 maart werd geconfronteerd. Ook vindt hij de breuk begrijpelijk, omdat de wens voor een ledenpartij al een bepaalde periode bekend was en er onmin heerste voor wat betreft het democratische gehalte binnen de partij.

Tijdens een bezoek aan Den Haag stelde Riezebos al eens aan Wilders de volgende campagneleus voor: Als ik de grootste word, ga ik van de PVV een ledenpartij maken. Deze democratische bezinning zou twijfelaars over de streep kunnen trekken, aldus de fractievoorzitter in Súdwest. In deze nieuwe situatie zou Wilders talrijke partijbijeenkomsten bezoeken, maar eveneens de druk en de kosten van zijn persoonlijke beveiliging enorm uit de hand lopen.

Na een belronde onder de PVV-aanhang in Súdwest, constateert Riezebos dat veel mensen vinden dat Wilders met een mes in zijn rug is gestoken en geen goed woord over hebben over ‘De Bende van Zeven’. Ook ziet de PVV-voorman uit Súdwest dat de Ipsos I&O peiling van 22 januari aantoont dat de partij met 22 zetels weer uit het dal klimt.
Wat Riezebos tegen de borst stuit is dat onder de zeven weglopers een Kamerlid zit, dat nog maar enkele maanden debuteerde in de Tweede Kamer. Tenslotte is hij van mening dat hij achter het gedachtegoed van de PVV staat, ook al vind ik de toon vaak wat schreeuwerig en boos, terwijl dat ook anders kan.
WD