Door Bert van den Braak op Parlement.com
Ook de afhandeling van SP-initiatief over het correctief referendum gaat niet zoals het hoort.
Ruim een jaar geleden nam de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel-Van Nispen (SP) aan om een correctief wetgevend referendum mogelijk te maken. Na het vertrek van de indiener is onbekend wie de verdediging van het wetsvoorstel overneemt. Opnieuw roept de gang van zaken rond een wijziging van de Grondwet vragen op. Eerder was dat het geval bij de lange en ten slotte doodgelopen behandeling van het initiatiefwetsvoorstel-Halsema over constitutionele toetsing.
Het wijzigen van de Grondwet verloopt via twee lezingen en bij de tweede lezing is in beide Kamers een tweederde meerderheid nodig. In de eerste lezing wordt een overwegingswetsvoorstel behandeld, dat met gewone meerderheid moet worden aangenomen. Daarna overweegt een nieuwgekozen Tweede Kamer het voorstel in tweede lezing. Het kan dan niet meer worden gewijzigd. Lukt het de Tweede Kamer niet om binnen haar periode een besluit over het wetsvoorstel te nemen, dan vervalt het. Verder bepaalt art. 137 vierde lid: ‘Zodra zij het voorstel heeft aangenomen, overweegt de Eerste Kamer dit in tweede lezing.’
Bij het voorstel-Van Nispen zijn we nu in die laatste fase beland. Je zou kunnen stellen dat het op 28 januari 2025 door de Eerste Kamercommissie Binnenlandse Zaken genomen besluit de schriftelijke voorbereiding te beginnen, recht doet aan de grondwettelijke bepaling dat het voorstel in overweging moet worden genomen. Toch wringt hier de schoen. Betekent ‘in overweging nemen’ hier alleen: beginnen met de behandeling of moet die niet gewoon voortvarend worden afgerond.
Leest u verder via: https://www.parlement.com/column/202601/grondwetswijziging-strijdig-met-geest-van-de-grondwet