Door DAS, een expertquote via ANP Expert Support Pascal
De Efteling heeft de regels voor social mediagebruik door werknemers aangescherpt. Sinds afgelopen weekend mogen medewerkers niet meer op eigen initiatief filmpjes maken op de werkvloer. Dit roept vragen op over de balans tussen vrijheid van meningsuiting en werkgeversbelangen.
Niet onbegrensd
Het volledig verbieden van social media gebruik is niet mogelijk, zolang het een privéaangelegenheid betreft. Maar het recht op vrijheid van meningsuiting is niet onbegrensd: wanneer uitingen bijvoorbeeld kunnen leiden tot imagoschade voor de werkgever kan ingrijpen gerechtvaardigd zijn.
Vrijheid beperken via instructierecht kent vier criteria
Werknemers hebben recht op vrijheid van meningsuiting, ook op social media. Werkgevers kunnen dit recht beperken via hun instructierecht, maar niet zomaar. Of beperkingen geoorloofd zijn wordt beoordeeld aan de hand van vier criteria:
Eerst wordt gekeken naar de aard van de meningsuiting. Was het een persoonlijke mening of ging het over werkgerelateerde zaken? Ten tweede spelen de motieven van de werknemer een rol. Ook de schade die de werkgever lijdt weegt mee. Denk aan imagoschade of verlies van vertrouwen bij klanten. Tot slot wordt gekeken of de opgelegde sanctie proportioneel is.
Duidelijk beleid opstellen
Het valt niet altijd te voorspellen welke online uitingen toelaatbaar zijn. Het helpt als werkgevers een duidelijk beleid opstellen in de vorm van een social mediaprotocol. Daarin staat helder wat wel en niet mag. Ook de mogelijke sancties bij overtreding moeten erin staan. Dit schept duidelijkheid voor beide partijen.