Uit de branding stapten zij, groengrijs,
met bleke en bruine huid.
Zij zagen de duinen en briesten
zeewaterbubbels uit.
Elke stap landwaarts
was een zwemgevecht. En zij
hoorden de lange halen
van violen klinken.
Nog vóór zij ons bereikten,
raakten zij onze ziel.
Een raaf vloog boven hen,
met luid krasgekraai,
omdat hij lekkers had geroken.
Geen golven die de soldaten teder wiegden,
geen zout dat door hun haren spoelde,
maar de wind die door hun bloed stormde,
die hen aan ons lot verbond.
Schoten klonken, van geweervuur
tot zwaar geschut.
Het rood gedrenkte zand getuigde
van gevechten op leven en dood.
Gescherpte sabels en kogels getuigden
van hun strijd, voor ons vrede brengend, opdat hun
menselijkheid zich met onze duisternis
verbond, en een licht van vrede
deed herrijzen en het tij deed keren.
Goddank.
© Elsijn Eelsingh