De politiek in Nederland leunt achterover inzake het wolvenvraagstuk. Mensen durven in bepaalde streken van Utrecht en Gelderland bospaden niet meer te betreden. Al langere tijd gaan kinderen in deze provincies niet met de fiets naar school vanwege wolvengevaar. In het Drentse Ruinen is vandaag, maandag 12 januari 2026, lagere school ’t Oelebröd gesloten, omdat een wolf in de buurt werd gesignaleerd.
Geregeld wordt in allerlei media naar voren gebracht dat ons land te dichtbevolkt is voor de wolf. Dat klopt helemaal. Nederland beschikt namelijk niet over uitgestrekte bosgebieden, zoals Polen, Duitsland en Zweden.
Indien de wolf geen storende factor zou zijn voor het sociale leven, hoeven geen maatregelen te worden genomen. Aangezien de wolf het gewone dagelijkse leven wel belemmert, dient de politiek het besluit te nemen wolven af te schieten. Uiteraard is dat geen prettig besluit, maar het is niet anders.
Er zijn genoeg liefhebbers van de wolf, maar merendeels zijn dat geen bewoners van gebieden waar de wolf voorkomt. De laatste jaren heb ik genoeg artikelen van ecologen gelezen, die wijzen op de voordelen van de wolf in ons land. Maar die verhalen houden geen stand, gezien de toename van het wolvenaantal.
Vanuit de landbouwsector komt sinds een aantal jaren de terechte vraag tot het afschieten van wolven, omdat veel schapen, maar ook paarden en pony’s, tot de gedode slachtoffers van wolven behoren. Daarnaast vormen dure omheiningen een schijnoplossing.
De politiek dient het wolvenvraagstuk zo snel mogelijk op te lossen. Er zijn voldoende professionele jagers die de klus kunnen klaren.
Wiebe Dooper