Categorieën
Columns Niet gecategoriseerd Politiek Sport

SPORT EN POLITIEK: INNIG VERSTRENGELD

Door Anne Bos op Parlement.com

Sport en politiek lijken soms gescheiden werelden maar lopen voortdurend in elkaar over, van beeldvorming tot diplomatie en morele dilemma’s.

‘De bal ligt bij ons en niet bij de polder’ en partijen staan buitenspel of ze gaan er met gestrekt been in. Wie erop let, ziet dat het wemelt van de sportmetaforen in de parlementaire context. Sport en politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al gaan soms stemmen op ze als afzonderlijke werelden te beschouwen, in de praktijk blijken ze onafscheidelijk. De wederzijdse belangen zijn simpelweg te groot. Waarom zijn veel politici zo dol op sport? En waarom moeten zij die er niets mee hebben er toch iets van vinden?

In de eerste plaats afficheren politici zichzelf graag als (top)sporter om een vitale indruk te maken. In campagnetijd worden we getrakteerd op hardlopende, wielrennende en kickboksende lijsttrekkers die voldaan grijnzend het zweet van hun voorhoofd vegen. De beeldtaal van een fitte, gespierde politicus die uitdagingen aangaat is krachtig en daardoor onweerstaanbaar. 

Wopke Hoekstra in zijn jaren als CDA-leider.

Toch ligt imagoschade op de loer. CDA-leider Wopke Hoekstra postte in 2021 tijdens een van de corona-lockdowns vol trots een foto op social media waarop hij op noren rondjes reed met schaatslegende Sven Kramer door een leeg Thialf stadion. Thialf was net als andere sportlocaties al weken gesloten voor recreanten, Kramer had als topsporter een uitzonderingspositie, dus kritiek kon niet uitblijven. Hoekstra ging na deze scheve schaats deemoedig door het stof.

Plakkaat met PvdA-lijsttrekker Drees.

Sport wordt ook ingezet, ondersteund en aangemoedigd om sociale cohesie te bevorderen. Sport verbroedert. Om die reden worden nationale teams hartstochtelijk aangemoedigd door leden van de koninklijke familie. Ook politici zitten dikwijls op de eretribune. Zelfs minister-president Willem Drees, die niet bekendstond als een fanatieke sporter, was in augustus 1949 van de partij bij het Europees Kampioenschap Roeien. Hij liet zich samen met de Amsterdamse burgemeester d’Ailly in een auto langs de Bosbaan heen en weer rijden om de Nederlandse roei-equipe toe te juichen. Het haalde weinig uit: Italië was op dat moment de sterkste roeinatie van Europa.

Leest u verder via: https://www.parlement.com/column/202606/sport-en-politiek-innig-verstrengeld