Categorieën
Poëzie

ODE AAN HET VELD

Laat
heide vrij voor herders die er eeuwenlang met schaapskuddes dolen, grazend van bosrand, langs hunebed met hoedende hond in zicht

Haal
het schrikdraad weg tussen stad en land, sla de geteerde halfronde palen diep in Hollands nog steeds vermaard vruchtbare landbouwgrond

Koester
het zicht op landerijen dichtbij en ver weg, kijkend naar dorpen
waar kerktorens het luchtspel verwonderen, zo schoon

Kies
voor oases in woestijn en zandverstuiving, drink er zacht en zuinig water uit de bron, laat kamelen rusten, er is nog een lange weg te gaan

Droom
van oud weidelandschap, liggend langs binnendijken, aangelegd van noord naar zuid, in ongemeten mozaïeken vormen, waar koemest riekt

Drijf
het paard, de koe, het varken, het schaap bijeen en klink met hen de glazen in de schaduw van de stal, negeer het miauwen van de allerlaatste boerenkat

Aanschouw
de duikelende kievit, zingende leeuwerik, vluchtende snip en tot mijn schik ook lepelaar, zilverreiger, kerkuil en reusachtige adelaar

Wuif
mee met de toppen van het graan, het nog halfvolwassen spelt, naar paarden werkend op eindeloos veld van de Beemster droogmakerij

Zet
welriekende madeliefjes in een boeket op de tafel van je lief, laat het gras hoger groeien dan weleer, liefde voor weids groen gaat aan alle tijd voorbij, voorbij

© tekst Wiebe Dooper
© foto Aiso en Minke Lycklama A Nijeholt