Categorieën
Cultuur Fryslân Geschiedenis Overpeinzingen uit Koudum Sport

KOUDUM EN DE ELFSTEDENTOCHT (1)

Het is februari en het is ‘glûpende kâld’, dus ik denk eventjes aan de Elfstedentocht. In februari zijn namelijk de meeste Elfstedentochten gereden: acht van de vijftien. Zes zijn er gereden in januari en eentje in december. Maar ik denk ook aan begin oktober 2023, toen we de kou voelden van het ijs dat voor ons lag. Het leek ook wel een mooie baan, die zag er glad uit en zonder scheuren. En iemand vroeg me: “Bisto in reedrider, Jelle?”

Affiche musical De Tocht.

We zaten op rij vier en voor ons zaten ook twee mensen die de reis van Koudum naar het tijdelijke theater Friso in Leeuwarden hadden gemaakt voor de musical De Tocht. We hadden de kaarten voor het spektakelstuk al ergens in het voorjaar gekocht, toen het theatergebouw nog lang niet klaar was. Maar het bleek dat Douwe en zijn vrouw de kaarten twee jaar eerder al hadden besteld, toen het nog helemaal niet zeker was dat de musical over ‘de tocht der tochten’ zou doorgaan.

Terwijl we een beetje in spanning zaten te wachten op het begin van het stuk, praatten we met onze dorpsgenoten. En natuurlijk, Douwe had al eens een echte Elfstedentocht gereden, en hij zou er zo weer aan beginnen als er nu nog een Elfstedentocht zou komen. Op Friese doorlopers, dat leek hem wel mooi.

Friese doorlopers.

Ik hou van schaatsen, maar kan het niet echt goed en ik kom dan ook niet verder dan dat ik in mijn jongere jaren wel eens een tocht van 20 kilometer heb gereden en zelfs wel een keer een tocht van 60 kilometer. Maar ik kom in de verste verte niet in de buurt van een schaatstocht van 200 kilometer. En de laatste keer dat er ijs lag, nu álweer een paar jaar geleden, heb ik een heel, heel klein stukje van de Elfstedentocht gereden, namelijk het stukje van Koudum naar Hindeloopen. Heen en terug, maar op zulk slecht ijs dat ik daarna heb gezegd dat ik zoiets nooit weer zou doen.

Deze uitgave kwam uit in januari 2023. Schrijfster Jessica Merkens is ook marathonschaatser.

Dus nee, gezien door de ogen van iemand die een Elfstedentocht gereden heeft, kan ik me geen schaatser noemen. En dan de acteurs, dansers, zangers en figuranten die meededen aan de musical De Tocht! Die stonden en schaatsten, met een kleine uitzondering, de hele voorstelling lang op het ijs! En dan kan het musicalverhaaltje – van de vriendenploeg die de Elfstedentocht rijdt – best wat mager zijn, het spektakel met indrukwekkende beelden, mocht er wel zijn. En als je vooraan zat, voelde je dus de kou van het ijs en dat maakte de beleving nog dieper.

Toen we naar Koudum verhuisden, zeiden we tegen elkaar: hoe mooi zou het zijn als er nu een Elfstedentocht zou komen. Dan konden we die dichtbij huis in het echt zien. We zijn nu negen jaar verder, maar een Elfstedentocht zat er niet in. Dat wil zeggen, een echte Elfstedentocht op schaatsen. Want er zijn natuurlijk wel allerlei Elfstedentochten geweest: wandelend, steppend, fietsend, roeiend, trekkerrijdend, en zelfs zwemmend hebben mensen de Elfstedentocht gedaan.

Maarten van der Weijden passeert zwemmend Galamadammen op 19 juni 2019. © Jelle van der Meulen

Dat was wel wat hoor, die Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden in 2019. Twee keer heb ik hem bij Koudum gezien op zijn zwemtocht. Eenmaal bij Galamadammen met veel mensen die een hoop lawaai maakten om hem aan te moedigen. En later, midden in de nacht, toen hij vanuit Molkwerum richting Koudum zwom en afsloeg naar Hindeloopen. Dat stukje Koudum – Hindeloopen heb ik dus op bobbelig ijs nog op schaatsen gedaan, toen er de laatste keer een paar dagen ijs lag.

Maar een echte Elfstedentocht, we hopen er nog steeds op, tegen beter weten in. De laatste dateert alweer van 4 januari 1997, 29 jaar geleden, met spruitjeskweker Henk Angenent als winnaar. De eerste echte Elfstedentocht was in 1909, maar voor die tijd werd de tocht langs de elf Friese steden ook al gereden. Een van de eerste vermeldingen is een rijmpje uit 1748 over een jongen die in één dag een tocht langs de elf Friese steden maakte: “’t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden.”

Tekstfragment uit de Nederlandsche Staatscourant van 30 januari 1848.

Er zijn verslagen in kranten van januari 1848 van mannen die om vijf uur ’s ochtends vanuit het dorpje Húns eerst naar Leeuwarden en Dokkum reden en toen terug naar Leeuwarden. Daarvandaan reden ze via Sneek, Sloten en de andere steden naar Franeker. Toen reden ze terug naar Húns waar ze om negen uur ’s avonds aankwamen. Zestien uren deden ze dus over die tocht en dat was in de tijd dat er geen gemotoriseerd verkeer was, verreweg de snelste manier om dit 200 kilometer lange traject in Fryslân af te leggen. Normaal deden ze daar veertig uur over.

Voorzijde Wintersport, geschreven voor sportlegende Pim Mulier.

In zijn boek Wintersport uit 1893 schreef sportlegende Pim Mulier een hoofdstuk over het rijden van een dergelijke tocht. Volgens Mulier hebben bijvoorbeeld in 1890 zo’n 500 mensen die tocht gereden, ook vanaf Koudum:

“Zoo reden op 28 December 1890 Siek Dijkstra, Alle Dijkstra, Hendrik Schurer, Hotze Schurer en Jacob Jacobs van der Veer ’s morgens te 4 uur van Koudum, te 5.15 waren zij te Sloten, te 6.20 te IJlst, te 6.45 te Sneek, te 8.55 te Leeuwarden, te 10.45 te Dokkum, te 1.30 te Franeker, te Harlingen te 2.20, te Bolsward te 4.20, te Workum te 5.5, te Hindeloopen te 8.50 en te Stavoren te 6.50. Nu is mij door Leeuwarder Heeren, zooals de Heer Mr. J. Hofstede en R. Bloembergen verteld, dat men de tocht eigenlijk uit en thuis moet doen, zoodat deze rijders nog weer van Stavoren naar Koudum hadden moeten rijden.”

Deze biografie kwam in 2015 uit.

Een week eerder, op 21 december 1890, had Mulier de tocht langs de elf steden zelf gereden. Net als de Koudumers en net als in de eerste officiële tochten reed Pim Mulier de Elfstedentocht tegen de klok in. Maar over de echte Elfstedentochten een volgende keer meer. Want al komt er geen echte Elfstedentocht meer, de verhalen blijven.

© Jelle van der Meulen