Categorieën
Poëzie

EEN LENTEDODE VERGEET JE NIET

Sterven in het voorjaar geeft immens verdriet.
Een kist wegdragen in pril gras naar een diepe kuil.
Iedereen weet het, er is niets verrassends aan, alleen al dat gemis, wat nog jarenlang blijft.

Langs de oprijlaan van de dodenakker bloeit de ligusterhaag, de merel en de lijster nestelen erin.
In de tweede zwarte auto kijken de vrouw, de dochter en de zoon elkaar niet aan.
Het zijn volle en eindeloze tranen die een blik onmogelijk maken.

De lange stoet rijdt aarzelend vooruit onder een zachte lentezon.
Dan te voet naar dat zwarte graf, waarin ook zijn liefste moeder ligt.
De voorganger houdt het daar kort, dat eiste hij op zijn voorlaatste dag.

Na de koffie nog eens de vele handen en warme welgemeende woorden.
In de eerste en eveneens de laatste avonduren blijft de stoel van vader leeg.
En morgen zweeft hij hier vast en zeker ergens in de kamer rond.

Wiebe Dooper