Vorige week reden we van Koudum naar Leeuwarden voor de film Amrum in filmhuis Slieker. Best bijzonder, want vorig jaar oktober stonden we nog met onze voeten in het zand van datzelfde Noord-Duitse Waddeneiland. Juist op dat moment ging de film daar in wereldpremière, maar we konden toen geen kaartjes bemachtigen. Gelukkig heeft de film inmiddels de weg naar een select aantal Nederlandse filmhuizen gevonden.

Amrum is een indringende, intieme oorlogsfilm die de kijker meeneemt naar april 1945. Terwijl het Derde Rijk op instorten staat, probeert de twaalfjarige Nanning Bohm op het afgelegen eiland het hoofd boven water te houden. Samen met zijn jongere broertje en hun hoogzwangere moeder Hille wacht hij op een vader die als nazi-officier ergens aan het front vecht. Nanning is nog maar een kind, maar voelt de loodzware verantwoordelijkheid voor het gezin, vooral voor zijn moeder, op zijn jonge schouders rusten.

De openingsscènes trekken je direct het verhaal in: de beelden van het eiland zijn prachtig, maar de idylle is verraderlijk. Het rustgevende ruisen van de branding en de wind wordt ruw verstoord door het dreigende geronk van geallieerde bommenwerpers. Wanneer de bommen vlak voor het strand in zee slaan, wordt pijnlijk duidelijk: zelfs op dit geïsoleerde stukje wad kun je de wereldbrand niet ontvluchten.
Binnen de dorpsgemeenschap is de spanning om te snijden. Hoewel de familie van moeder Hille van het eiland komt, wordt het uit Hamburg gevluchte, welgestelde gezin met argwaan bekeken. De stugge eilandbewoners vangen via illegale radio’s op dat de oorlog verloren is en keren zich voorzichtig af van het nazisme. Moeder Hille blijft echter een rotsvaste aanhanger van het regime, terwijl Nanning nog steeds trouw in zijn Hitlerjugend-uniform rondloopt.

De kloof wordt ook zichtbaar, of beter hoorbaar, door de taal. De bewoners spreken Öömrang, een Noord-Fries dialect dat tegenwoordig bijna niet meer te horen is. Nanning en zijn moeder spreken Hoogduits. Voor de eilanders blijven ze daardoor ‘vastelanders’: vreemden die er niet bij horen.
De isolatie van het gezin wordt nog voelbaarder wanneer een groep haveloze vluchtelingenkinderen uit het oosten van Duitsland op het eiland wordt gedropt. Deze ‘Polakken’ staan nog lager in de pikorde dan Nanning, die zich klemgezet voelt tussen de vijandige eilanders en deze wanhopige nieuwkomers. Hoewel hun verhaallijn in de film wat onderbelicht blijft, versterkt het de sfeer van wantrouwen en gevaar.

Het meest aangrijpend is Nannings onvoorwaardelijke zorg voor zijn moeder. Na de bevalling van Nannings zusje zakt moeder Hille weg in een postnatale depressie, die na het bericht van de dood van Hitler omslaat in totale apathie. Ze weigert te eten en verlangt naar het onmogelijke: een witte boterham met boter en honing.
Nannings dapperheid in zijn zoektocht naar deze luxe ingrediënten is hartverscheurend. Hij trotseert alles: van wantrouwige eilandbewoners of rabiate nazi-officieren tot hongerige straatkinderen die zijn eten stelen. Hij verdrinkt zelfs bijna tijdens een hachelijke tocht naar een naburig eiland, puur voor een klontje boter.
Een gelukkig einde zit er voor deze film niet in. Net als het Duitse Rijk zelf stort de wereld van Nanning volledig in. Omdat we alles door de ogen van deze twaalfjarige jongen beleven, voel je als kijker een wrange mix van medelijden en voor de moeder toch ook een nuchter ‘eigen schuld, dikke bult’.

Regisseur Fatih Akin heeft met Amrum een indrukwekkende film afgeleverd. Hij balanceert meesterlijk tussen de paradijselijke natuur van het kleine Waddeneiland en de giftige gevolgen van de nazi-ideologie. Amrum is naast een intieme oorlogsfilm ook een indringend coming-of-age-drama over de grijstinten tussen schuld en onschuld, gezien door de ogen van een kind dat veel te vroeg volwassen moest worden.
© Jelle van der Meulen