Onderstaand artikel stuurde BBB-Statenlid Dieuwke Bakker als ingezonden stuk naar de Leeuwarder Courant en vormt een reactie op een bijdrage van verslaggever Jaap Hellinga over het geitenvraagstuk. Echter, de redactie van deze krant weigerde de tekst van Bakker te plaatsen. Redactie WD
NIET IN DE SLOOT, WEL DE FEITEN
Door Dieuwke Bakker, BBB-Statenlid en boerin
Het stuk Geiten en Staten in de LC van 30 december door Jaap Hellinga vraagt om een reactie. Volksgezondheid en daarbij behorend voedselzekerheid is uiteraard prioriteit één. Laten we daar heel helder over zijn. Maar doen wij er als provincie goed aan om abrupt een geitenstop in te voeren? Daarover kunnen we van gedachten wisselen. Maar dan wel eerst even de feiten even op een rij.

Na elf jaar onderzoek (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) wat vele miljoenen heeft gekost, VGO lll kostte 4 miljoen, moeten we concluderen dat er geen causaal verband is tussen geitenhouderijen en longontsteking bij omwonenden. Onder andere hebben Ir. Marc Jacobs (datawetenschapper voor de gezondheidszorg) en voormalig GD dierenarts Piet Vellema forse kritiek op het onderzoek. Vellema stelt dat het wetenschappelijk correct zou zijn om te erkennen dat er, na jaren onderzoek, geen aanwijzingen zijn gevonden voor gezondheidsrisico’s. De schattingen uit het eerdere VGO onderzoek (1200 tot 6600 longontstekingen binnen een straal van 2 kilometer van geitenhouderijen) hebben de onderzoekers na drie jaar intensief zoeken moeten laten vallen.

Er werden met moeite 108 patiënten gevonden maar bij géén van deze patiënten werd een oorzakelijk verband aangetoond. Overigens zat Fryslân niet in het onderzoek. De situatie in andere provincies is niet één op één te vergelijken met de onze. Het aantal geitenhouderijen en het aantal geiten in Fryslân is beperkt; de circa dertig bedrijven zijn verspreid over de hele provincie. De bedrijfs- en geitendichtheid is daardoor vele malen lager dan in de onderzochte provincies waardoor eventuele gezondheidsrisico’s evident ook aanzienlijk kleiner zijn. Daar moeten we ons, in te vormen beleid, ter dege van bewust zijn, en dus niet in de sloot springen als anderen dat wel doen.

Om bovenstaande redenen pleitte de BBB ervoor om de motie van de PvdA en mede indieners D66, GrienLinks, SP en PvdD, die een tijdelijke geitenstop in wilden stellen, niet aan te nemen, en met een ruime meerderheid in de Statenvergadering is deze motie dan ook verworpen. Hellinga schrijft dat BBB de zorgen over omwonenden serieus zou kunnen nemen. Dat doen we zeker, maar dan moeten de zorgen wel gegrond zijn. Er ís overleg met de sector én met de betreffende gemeentes en in februari ’26 komt het kabinet met een duiding over het betreffende onderzoek.

Tot slot wil ik nog even refereren aan de stelling van Hellinga dat 50% van het totale areaal van Nederland aan de landbouw toebehoord. Met ruim 18 miljoen inwoners zorgt deze landbouw er wel voor dat 100% van die inwoners dagelijks te eten hebben en de landbouw daarmee een dikke pluim verdiend. Om op de postzegel die Nederland is, dít voor elkaar te krijgen is, vooral tegenwoordig, een hoge mate van vakmanschap en doorzettingsvermogen nodig. Daar moeten we zuinig op zijn, mede gezien de geopolitieke en politieke toestand die er heerst. Kritiek op de BBB in de Haagse regeerperiode mag. Maar als voedselzekerheid in het geding komt, kunnen wij als BBB in ieder geval zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om dat te voorkomen.