Door LTO Nederland
In 2025 bedroeg het netto handelsoverschot van de Nederlandse land- en tuinbouw 42,4 miljard euro. Daarmee levert de agrarische sector een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Dit blijkt uit de jaarlijkse handelscijfers van het CBS en Wageningen University & Research (WUR). In totaal werd in 2025 voor 137,5 miljard euro land- en tuinbouwproducten geëxporteerd uit Nederland: een stijging van 8,4% ten opzichte van 2024. Voor het tiende jaar op rij groeit de Nederlandse landbouwexport. LTO-voorzitter Ger Koopmans ziet de cijfers als grote blijk van aanhoudende internationale waardering voor Nederlandse land- en tuinbouwproducten: “Nederlandse voedselproductie draagt bij aan Europese voedselzekerheid in deze geopolitiek ingewikkelde tijden.”
Bijna driekwart van de Nederlandse landbouwexport betreft afzet binnen de Europese Unie, en dan met name naar onze (directe) buurlanden Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ruim een kwart van de export ging naar landen buiten de EU. Deze landbouwexport bestaat voor bijna twee derde uit producten van Nederlandse makelij, en voor een derde uit wederuitvoer. Naast (primaire en bewerkte) voedingsproducten en sierteelt laten ook andere landbouw-gerelateerde producten, zoals machines en kasmaterialen, groeiende exportcijfers zien.
De hogere exportwaarde is – naast een groter exportvolume – ook het resultaat van prijsstijgingen. Koopmans: “Dat klinkt positief, maar deze stijgingen zijn met name het gevolg van inflatie en toenemende productiekosten door bijvoorbeeld strengere regelgeving en hogere arbeidskosten. De opbrengsten op het boerenerf stijgen niet of nauwelijks door de toegenomen kosten en de ruimte om te ondernemen neemt af. Het feit dat de sector over 2025 wederom zo’n indrukwekkende handelsbalans kan laten zien, getuigt van topsport van primaire producenten, handel en verwerkende industrie.”