Door LTO Nederland
Donderdag 28 augustus was de rechtelijke zitting (terugkijken zitting ‘openbaar maken bedrijfsgegevens van veehouderijen’ kan hier tot 4 september) in de bestuursrechtelijke zaak die gaat over het verzoek van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland op grond van de Wet open overheid (Woo). Hierin hebben zij gevraagd om gegevens openbaar te maken van alle veehouderijen in Nederland van diverse jaren tussen 2010 en 2022. In het Woo- verzoek werd onder andere gevraagd om openbaarmaking van de adres- en diertelgegevens. Dit raakt de gezinnen achter de agrarische ondernemingen die in de regel op hetzelfde adres wonen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert deze gegevens en wilde deze namens de minister van Landbouw openbaar maken.
Bij de zitting van de Raad van State werd het hoger beroep van LTO Nederland tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel behandeld. Deze rechtbank behandelde eerder het beroep van enkele veehouders en Farmers Defence Force (FDF) en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) tegen het besluit tot openbaarmaking dat RVO namens de minister had genomen. Tijdens de zitting in januari 2025 bij de rechtbank Overijssel, heeft minister Wiersma van LVVN de beslissing tot openbaarmaking ingetrokken. De minister vond dat de betrokken agrariërs ten onrechte niet persoonlijk zijn aangeschreven om hen te informeren over het Woo-verzoek en de gegevens die over hun bedrijf in het kader van dat Woo-verzoek mogelijk openbaar gemaakt worden. De rechtbank heeft in juli 2025 het intrekkingsbesluit van de minister vernietigd. Ook zijn de veehouders in het ongelijk gesteld. De rechtbank gaf opdracht om de gevoelige gegevens openbaar te maken.
De minister, LTO, FDF en NMV zijn daarna tegen de rechtbankuitspraak in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Enorme tijdsdruk
Volgens de Raad van State hebben de journalisten er belang bij dat snel duidelijk wordt of de door hen gevraagde informatie openbaar wordt gemaakt. Om die reden is de zaak aangemerkt als spoedeisend, waardoor wordt afgeweken van de normale termijn. Bij brief van vrijdag 22 augustus werd LTO Nederland geïnformeerd dat LTO tot maandag 25 augustus 12:00 ‘s middags de tijd had om de gronden van het hoger beroep in te dienen. ‘Dat is veel te kort’, reageerde LTO Nederland-voorzitter Ger Koopmans. ‘Ik ben hoogst verbaasd dat de Raad van State de zaak plotseling aanmerkt als spoedeisend.’
Onder enorme druk, maar met vereende krachten is de zitting in nauwe samenwerking tussen LTO, NMV en FDF voorbereid.
Voornaamste standpunten
LTO-jurist Kostijn van Ginkel bracht tijdens de zitting de voornaamste standpunten naar voren:
- LTO vindt dat de Minister van LVVN terecht het intrekkingsbesluit heeft genomen. De agrariërs moeten bij een Woo-verzoek dat op hun gegevens betrekking heeft aangeschreven worden en daarbij een kopie krijgen van het (deel van het) document dat de overheid over hen openbaar wil maken. Dit, zodat agrariërs weten welke informatie mogelijk openbaar wordt gemaakt en zij kunnen aangeven welke wettelijke weigeringsgronden, op basis waarvan de openbaarmaking moet worden geweigerd, volgens de agrariërs van toepassing zijn.
- LTO merkt op dat in Nederland, Duitsland en België uitspraken door rechters zijn gedaan die op basis van dezelfde Europese regelgeving en uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie tot een andere interpretatie komen van het begrip emissiegegevens dan de van de Raad van State doet in zijn uitspraken. Volgens LTO zou dit moeten leiden tot het stellen van vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het begrip ‘emissiegegevens’ is van belang omdat er volgens de Woo geen uitzonderingsgronden toegepast mogen worden bij ‘emissiegegevens’.
- LTO vindt het onjuist dat de zaak als spoedeisend is aangemerkt door de Raad van State. Volgens LTO was er geen valide reden voor de Raad van State om af te wijken van de normale termijnen voor de behandeling. De rechtbank Overijssel heeft in dezelfde zaak pas op 10 juli 2025 uitspraak gedaan op het in mei 2023 ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitspraak
De Raad van State kon niet aangeven wanneer zij uitspraak gaat doen. De normale termijn is zes weken, maar omdat de zaak als spoedeisend is aangemerkt kan het zijn dat de uitspraak eerder komt.