Categorieën
Columns Cultuur Ethiek

DE HAATDRAGERS

De haatdragers hadden er een hele kluif aan. De lading haat was zo groot en zwaar dat die bijna niet meer te tillen was. En er kwam steeds meer bij. De haat werd gevoed door onnozelheid, onwetendheid, angst, afgunst, minderwaardigheidsgevoel, desinformatie, en onderlinge stemmingmakerij. Zowat alles en iedereen moest mee in de vracht. En ze wilden al hun objecten van haat beledigen, kwetsen, intimideren, bedreigen, afmaken. Afgezien van het geestelijk gewicht, fysiek was zoveel haat dragen nauwelijks te volbrengen.

Er waren daarom haatdragers die pleitten voor een selectievere haat; noem ze, eufemistisch, de genuanceerde haters. Deze Weerzinnigen, hun benaming ontleend aan hun stellingname dat in sommige gevallen een wat lichtere weerzin ook kon volstaan, stonden lijnrecht tegenover deTotaalhaters. Zij wilden geen enkele concessie doen: niets en niemand deugde. Zij koesterden de volle haat. En het gezamenlijk haten gaf hen een identiteit.

Oorspronkelijk jaar van publicatie is 2005.

Er volgde een hedendaagse variant op de strijd tussen de Rekkelijken en de Preciezen, de theologische twist waar de (Calvinistische) Republiek Der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) in de Tachtigjarige Oorlog wel even tijd voor vond. Een escalerend conflict dat uiteindelijk indirect Johan van Oldenbarnevelt de kop kostte.

Het kon natuurlijk niet uitblijven: er volgde een hatelijk schisma, de haters – Weerzinnigen en Totaalhaters – gingen elkaar haten. De niet-haters langs de zijlijn vermoedden zelfs dat in de basis de haters zichzelf haatten. De verschillende soorten schismatische haters vervloekten elkaar, scholden elkaar uit voor rotte vis, en ja, doodsbedreigingen over en weer. De totale wereldomvattende haat werd er niet minder om, integendeel, die culmineerde naar een haattoppunt, een explosieve haatclimax. En natuurlijk ontploften internet en de (a)sociale media. De (grove) leugen werd niet geschuwd. De haatpartijen vielen verder uiteen in diverse haatfacties (ook naar Oudhollands religieus en politiek gebruik) die elkaar allemaal hartgrondig haatten, zoveel dat er bijna geen haat meer overbleef tegen de niet-haters. Dat leek aanvankelijk een voordeel. Laat die hatelijken elkaar maar de tent uitvechten, of uithaten.

Eind 2025 werd dit boek uitgegeven.

De niet haatdragende mens, door de haters hatelijk Heilige Boontjes genoemd, maar laten we eerlijk zijn, ook deze species was toch niet geheel haatloos, want zij hadden een sterke aversie tegen al die haters in soorten en maten; hoe dan ook, zij waren te mak en te gering in aantal. Ze durfden zich nauwelijks te roeren. Ja, sommigen werden zelf haters, bekeerlingen tot een of andere denominatie van het haatdom. Haat roept nu eenmaal haat op, dat is de vicieuze cirkel. En meer nog: de neergaande spiraal. Het veel genoemde en gevreesde begrip polarisatie dekte allang de lading niet meer. Het was, ja, multilarisatie?

De bijna-niet-haters, laten we ze zo maar noemen, konden zich temidden van al die haat en nijd geestelijk nauwelijks staande houden. Ze werden gevoelsmatig doodgegooid met haat en bleken niet bij machte zich teweer te stellen tegen een overmacht aan hartgrondige haat. Zij konden elkaar steeds moeilijker vinden, want de haters voerden overal de boventoon en maakten alom het meeste kabaal. De geïntimideerde bijna-niet-haters zonken weg in depressie, en gaven in hun lethargie alle soorten haters destructief vrij spel. Uiteindelijk hadden de haters, in onderlinge haat, niet de halve maar de hele wereld.

Boek uit 1978.

Maar daarmee was het haatgedragen verhaal niet afgelopen. Zoveel haat was niet meer te bestieren, niet meer in toom te houden. Ongeleide projectielen van haat vlogen alle kanten op. De welig tierende en wild om zich heen slaande haat en nijd culmineerde in moord en doodslag, dat kun je wel aan de hatende mensheid overlaten, zie de geschiedenis. Een wereldwijde boosaardige en genadeloze slachtpartij. Een apocalyptische Derde Wereldoorlog. Tot er geen hater meer over was. Schamele groepjes bijna-niet-haters kropen allengs tevoorschijn uit hun verborgen schuilplaatsen. Zij pionierden in de kapotgeslagen wereld. Vanuit kleine enclaves vestigden zij een nieuwe vreedzame wereldorde. Hoe lang zou dat goed gaan?

© Dolf Alberts