In de oefenpot van maandag 8 juni in New York tegen Oezbekistan kwam Oranje wederom onvoldoende uit de verf en slaagde op het nippertje met 2-1 te winnen. Bondscoach Ronald Koeman mist een type als Marco van Basten, die meestentijds wel wist te scoren.
Tijdens de EK in Duitsland van 1988 scoorde Van Basten drie keer tegen Engeland. Er waren tevoren geen bijzondere verwachtingen omtrent zijn vorm, omdat de toenmalige spits van AC Milan terugkwam van een blessure. Niettemin wees Van Basten Oranje destijds de weg naar de Europese titel.
Nu met de WK van 2026 telt Oranje vier spitsen: Malen, Brobbey, Depay en Weghorst. Malen stond al twee keer in de basis en wist het net niet te vinden, ondanks een serie doelrijpe kansen. Brobbey was het afgelopen seizoen goed op dreef bij Sunderland en kan gaandeweg dit WK de voorkeur boven Malen krijgen als die blijft falen.
Middenvoor Depay is en blijft het grote zorgenkind van Koeman, vanwege eerder blessureleed en vormverlies. Ook beschikt Depay niet over de klasse van de vroegere wereldvoetballer Van Basten. En de altijd stoere Weghorst is meegenomen om het laatste kwartier oorlog te maken in het strafschopgebied van de tegenstander in de hoop een achterstand weg te werken. Meer mag van Weghorst ook niet worden verwacht.
Een vaak scorende spits neemt zijn team op sleeptouw, waardoor op onverwachte momenten hoge prestaties worden gerealiseerd. Daar zijn naast het optreden van Van Basten in 1988 legio voorbeelden van te geven, zoals het legendarische optreden van middenvoor Paolo Rossi, die Italië in 1982 aan de wereldtitel hielp.
Brobbey is de enige voorhoedespeler die in Oranje kan uitgroeien tot superspits. Dus zet Malen op de bank, Koeman.
Wiebe Dooper