Meindert Schroor
In TV reclames wordt als regel gretig gebruik gemaakt van stereotypen vanwege hun herkenbaarheid en ze worden als het even kan verpakt in humor. Wie kent niet de reclamespots voor de Friese Sonnema Beerenburg en de Groninger graanjenever van Hooghoudt? Zo geldt de Noorderling over het algemeen als nuchter, maar de Friezen die in eerste instantie Fries zijn en dan pas Noorderling ook als gepassioneerd. De Groninger als ietwat saai, nuchter en materialistisch en de Fries als idealistisch en, dromend, denkend en drammerig. 2 Daardoor kijken
Friezen met name achteruit en Groningers veeleer vooruit zo luidt een opvatting en lijkt de Friese volksaard dichter bij de dominee dan de koopman te staan.
3
Voorts zou het verschil zich bij de Friezen in meer passie en bij de Groningers in
meer humor vertalen. Los van de vraag of deze regionale stereotypen en
zelfbeelden wel algemeen gelden, laat staan objectief of zinvol zijn, een feit is dat
ze bestaan. We ondernemen in deze bijdrage een bescheiden zoektocht naar de
mogelijke wortels van regionale zelfbeelden en stereotypen. Zijn ze bijvoorbeeld
terug te voeren op een uitsluitend door burgerlijke regionale elites geconstrueerd
beeld uit de negentiende en vroege twintigste eeuw?4
Zo ja, waar haalden zij hun
inspiratie vandaan of wellicht beter: zijn er lijnen te onderscheiden van regionale
ontwikkeling, eigenheid en beeldvorming die los van het voorgaande, wat
Friesland en Groningen betreft verder in het verleden reiken dan de laatste
pakweg twee eeuwen sinds het ontstaan van de Nederlandse eenheidsstaat en
het burgerlijk-elitaire antwoord daarop?