Categorieën
Economie Onderzoek Sociaal

7 procent van de jongeren heeft nog nooit een baan gehad

(tekst: CBS op Liwwadders.nl)

In 2023 had 7 procent van de 2,2 miljoen jongeren van 15 tot 25 jaar nog nooit betaald werk gehad. Vanaf 2021 is het aantal niet-werkende jongeren voortdurend gedaald, vooral de groep die zowel niet op zoek is naar werk als niet direct beschikbaar is om te werken. De meeste jongeren zonder werk volgen onderwijs. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

In 2023 waren er bijna 1,7 miljoen jongeren met betaald werk en 510 duizend zonder werk. Van de jongeren zonder werk hadden er 161 duizend nog nooit gewerkt, dat is 7 procent van alle jongeren. Het percentage dat nooit een baan heeft gehad was het hoogst onder 15-jarigen, namelijk 28 procent. Bij 16-jarigen was dit al lager met 16 procent en bij 17-jarigen was dit 10 procent. Het laagst was dit bij 22-, 23-, en 24-jarigen, van wie 2 procent nooit betaald werk heeft gehad.

Vooral werkloze jongeren hebben recent nog gewerkt

Van de werkloze jongeren (jongeren die zoeken naar werk en ook direct aan de slag kunnen) had 20 procent nog nooit een baan gehad. Bij degenen met een minder grote binding met de arbeidsmarkt (jongeren die niet zoeken én niet beschikbaar zijn voor werk) was dit 40 procent.

Vooral werkloze jongeren hadden recent nog een baan: 60 procent van hen had minder dan een jaar geleden nog werk. Dat is minder vaak het geval bij jongeren die niet zoeken én niet beschikbaar zijn voor werk. De semiwerklozen (niet gezocht óf niet beschikbaar voor werk) zitten hier tussenin.

Merendeel werkt niet vanwege studie

In 2023 volgden de meeste niet-werkende jongeren een opleiding of studie. Jongeren die niet zoeken én niet direct beschikbaar zijn, gaven hiervoor als voornaamste reden opleiding of studie (84 procent), gevolgd door ziekte/arbeidsongeschiktheid (10 procent).

Onbenut arbeidspotentieel toegenomen

In het vierde kwartaal van 2023 gaven werkloze jongeren aan dat ze gemiddeld ruim 18 uur per week wilden werken. Bij semiwerklozen was dit met ruim 15 uur wat lager. Dit komt neer op een onbenut arbeidspotentieel van respectievelijk 63 duizend en 36 duizend vte’s bij een werkweek van 40 uur. Vooral onder werklozen is dit de afgelopen twee jaar toegenomen, zowel door een stijging van het aantal werklozen als een verhoogd aantal uren dat ze willen werken. Ook in de eerste maanden van 2024 is de werkloosheid onder jongeren toegenomen.

Meer jonge deeltijdwerkers willen meer uren werken

Het onbenut arbeidspotentieel omvat ook deeltijders die meer uren willen werken. In het vierde kwartaal van 2023 waren dit er onder jongeren 241 duizend. Zij gaven aan gemiddeld bijna 8 uur per week meer te willen werken, wat neerkomt op 46 duizend vte’s. Ook dit aantal is toegenomen; in het vierde kwartaal van 2021 ging het nog om 40 duizend vte’s. Deze toename komt door een stijging van het aantal deeltijdwerkers, en niet zozeer door het aantal uren dat ze willen werken.